Uitleenwoorden


v4-tekening-leenwoorden-jpg.jpg

In een eerder blog hadden we het over leenwoorden, hoe ze onze Nederlandse taal binnendringen en er onderdeel van uit gaan maken. Het lijkt bijna voor de hand liggend dat een wereldwijd gesproken taal zoals het Engels een van de grootste “vervuilers” van onze taal is. Maar gek genoeg blijkt ook dat er een groot aantal Nederlandse woorden een plek veroverd heeft in het Engels en andere talen. Veel van deze leenwoorden uit het Nederlands hebben aan identiteit moeten inboeten, maar zijn, dankzij de gemeenschappelijke Germaanse oorsprong, nog heel goed herkenbaar. Sommige woorden echter zoals cookie en boss, stammen zonder twijfel uit het Nederlands. In Origins of the English Language zegt Joseph M Williams dat naar schatting zo’n 1% van de Engelse woorden uit het Nederlands afkomstig is. Interessant, terwijl van sommige talen wordt gezegd dat ze gemakkelijker aan te leren zijn vanwege hun gelijkenis. Van het Fries, dat in Noord-Nederland gesproken wordt, wordt beweerd dat deze taal het dichtst bij het Engels ligt.

De leenwoorden uit het Nederlandse zijn via verschillende wegen in de Engelse taal beland: via handel, zeevaart en kolonisatiegolven in Groot-Brittannië en de USA. En zoals men van de avontuurlijke, nautische natie als de Nederlandse mag verwachten, vinden veel leenwoorden hun oorsprong in de scheepvaart en landmacht. Via de Nederlandse handelsposten en kolonies hebben deze leenwoorden zich als een olievlek uit over de gehele wereld uitgespreid.

Een andere bron voert ons terug naar de woorden van Nederlandse en Afrikaanse gastsprekers in Zuid-Afrika. De Nederlandse sprekers hadden reeds veel planten en dieren uit de flora en fauna in De Kaap benoemd, voordat de Engelsen arriveerden en veel woorden zijn door de lokale bevolking letterlijk overgenomen. Denk maar eens aan de woorden aardvark, trek, wildebeest en springbok. Het gesproken Nederlands in De Kaap transformeerde zich geleidelijk tot een individuele taal die vandaag de dag, naast de andere 10 officiële talen in Zuid-Afrika, nog steeds gesproken wordt.

Onder de eerste Europeanen die zich in Noord-Amerika vestigden, bevonden zich ook Nederlanders die daar hun eigen taal nog lang bleven spreken. Veel van deze woorden werden rijkelijk overgenomen in het Amerikaans-Engels, met name in de huishouding en de kookwereld. New York was van origine een Nederlandse kolonie en de kolonisten hebben duidelijk hun sporen achtergelaten. Wie kan zich vandaag de dag nog een wereld voorstellen zonder Santa Claus, de geliefde vriend van kinderen over de hele wereld? Zijn naam is een transformatie van Sinterklaas en komt voort uit de Nederlandse traditie om de cultus van St Nicholas in december te vieren. In Nederland rijdt hij op een grijze schimmel, maar in Amerika reist hij per sleigh [arreslee], waarvan de uitspraak vrijwel gelijk is aan die van het Nederlandse woord slee.

Het Nederlands heeft ook aardig wat indrukwekkende voetsporen achtergelaten op onze voormalige kolonie Indonesië.  Het Indonesisch herbergt duizenden leenwoorden uit het Nederlands, meer zelfs dan welke andere taal dan ook. Om een paar voorbeelden te noemen: kalkun [kalkoen], arbéi [aardbei]en handuk [handdoek].

Het is leuk in een vreemde taal een Nederlands woord te herkennen, of je ineens te realiseren dat een 'goed Nederlands woord' toch uit het buitenland afkomstig is. Wilt u meer lezen over dit fascinerende onderwerp, dan verwijzen wij u graag naar de boeken van Nicole van der Sijs. In “Geleend en uitgeleend” beschrijft zij van 21 landen welke Nederlandse woorden in de taal van dat land opgenomen zijn en/of welke woorden daaruit in het Nederlands terecht gekomen zijn. Zeker ook interessant is haar boek “Yankees, cookies en dollars”, de Invloed Van Het Nederlands Op De Noord-Amerikaanse talen.

Onderstaande lijst van uitgeleende Nederlandse woorden bevat enkele woorden die menigeen zal doen verbazen!

Boss – van het Nederlandse woord baas, het meest uitgeleende woord wereldwijd

Coleslaw –wereldberoemd recept uit de Nederlandse keuken: koolsla of coleslaw. De coleslaw lijkt zo’n echt Amerikaanse uitvinding. Maar niets is minder waar. De Amerikanen hebben hun slaw te danken aan de Nederlandse kolonisten die New York stichtten. De basis bleef door de eeuwen heen gelijk: kool.

Cookie – dit woord klinkt dan wel Amerikaans in onze oren, maar toch hebben de Amerikanen het overgenomen uit het Nederlands [koekje].

Cruise – Met het woord cruise hebben we een leuke te pakken: het Engels heeft het geleend van het Nederlandse kruisen, met een schip op en neer varen. En wij hebben het Engelse cruise, vakantiereis op een schip, weer teruggeleend.

Frolic –vrij vertaald betekent het dartelen en komt van het Nederlandse vrolijk.

Rucksack – bastaardwoord van het Nederlandse rugzak

Forlorn hopevan verloren hoop

Waffle – van wafel

Yacht Van oorsprong Nederlands woord, afkomstig van jacht, maar door de Nederlanders met een andere betekenis weer teruggeleend in het Nederlands, t.w. jachtschip.


Nog geen reactie. Wees de eerste die reageert!




<< Terug

Offerte

home_chicken.png

Vertaalkosten worden op woordbasis berekend. Het woordtarief verschilt per taalcombinatie. Facturering geschiedt op basis van het elektronisch getelde aantal woorden in de brontaal (de taal van...

Offerte >>