Valkuilen bij agrarisch vertalen: Homoniemen

Dat agrarisch vertalen enig specialisme vraagt moge duidelijk zijn. Bij AgroLingua hebben ze dagelijks met agrarische vakterminologie te maken.  De Nederlandse taal  kent nogal wat homoniemen, woorden die er hetzelfde uitzien en klinken, maar een verschillende betekenis hebben. Goed inzicht en kennis van de agrarische sector zijn dan van groot belang om het homoniem juist te interpreteren en te vertalen.

In de van Dale bijvoorbeeld staan de verschillende betekenissen, maar juist de agrarische interpretatie staat daar vaak niet tussen. Als vertaler dien je dus het woord juist te interpreteren en dan ook nog eens de juiste term in de andere taal te weten. AgroLingua heeft in al die jaren een lijst van deze o zo typisch agrarische termen in maar liefst 20 verschillende talen samengesteld, een lijst die iedere dag weer aangevuld wordt met nieuwe woorden.

  • AFZETTEN

    afzetten-jpg.jpg

    Onder afzetten wordt verstaan het vlak boven de grond afzagen van bomen, met de bedoeling dat de stobben weer uitlopen. Als voorbeeld nemen we het afzetten van elzen- en wilgensingels.
    Elzensingels die meer achter op het erf of in het landschap staan, worden beheerd als hakhout, dit is een vorm van beheer waarbij met tussenpozen het hout tot op kniehoogte gekapt wordt en de overblijvende stobben opnieuw uitlopen. De singel wordt eens in de 10 jaar afgezet. Een jaar na het afzetten heeft de elzensingel alweer een hoogte van 1,5 meter en na twee jaar 3 meter. Het afzetten van een singel is ook goed voor singels die erg achterstallig onderhouden zijn. De singel krijgt hierdoor zijn vitaliteit terug en wordt weer mooi dicht van vorm.
    Wilgensingels worden eens in de 8-10 jaar afgezet, anders groeien de wilgen uit tot grote bomen (afhankelijk van de soort), waardoor de functie van singel verdwijnt. Een wilgensingel waar hakhoutbeheer op wordt uitgevoerd wordt ouder dan een bomenrij van wilgen.


  • BIERBORSTEL

    bierborstel-jpg.jpg

    Bierborstel is een bijproduct uit de bierbrouwerij dat gebruikt wordt als aanvullend voer voor melk- en vleesvee. Het heeft een positieve invloed op de spijsvertering en verhoogt de ruwvoeropname. Bierborstel geeft rust in de pens, waardoor de voedingsstoffen beter worden benut. Ook heeft het een positief effect op de melkgift en het eiwitgehalte.


  • BORG

    borg-jpg.jpg

    Een gecastreerde beer heet een borg of barg. De meeste beertjes uit de professionele varkenshouderij worden gecastreerd. Dit om eventuele berenlucht in het varkensvlees te voorkomen (3% van de beren geeft vlees dat gaat stinken als het bereid wordt). Over het standaard castreren van beren is echter veel te doen. Toch worden ook hobbyberen vaak gecastreerd. Zo kunnen ze wat makkelijker gehouden worden samen met zeugen, zonder dat dit problemen oplevert met ongewenste nakomelingen.


  • DRENCHEN

    drenching-jpg.jpg

    Drenchen (drenken (doornat maken)) of een oplossing van water met bijvoorbeeld mineralen, medicijnen of propyleenglycol via een slang in de slokdarm van de koe laat lopen of pompen. Vlak na afkalven zitten er bij te dikke koeien veel ketonen in het bloed door de vetverbranding. Door water met propyleen in de koe te brengen, zuiver je de koe en breng je het glucosegehalte op peil. Dat merken we doordat ze beter en eerder gaat eten. Dat is belangrijk, de koe moet eten, eten, eten.’)


  • FRACTIE

    zaadfractie-jpg.jpg

    Fractie is de zeefmaat in millimeters. Let op, de fractie betreft de zeefmaat en dus niet de exacte maat, deze houden wel verband met elkaar. De zeefmaat is niet de exacte maat aangezien zaden bijvoorbeeld horizontaal en verticaal door de zeef kunnen vallen. Hoe lager het getal van de fractie des te kleiner het zaadje.
    Als voorbeeld nemen we even de sortering van erwten. Erwten worden in de volgende klassen gesorteerd: -7,5 mm; 8,2 mm; 8,75 mm; 9,3 mm; 10,2 mm en afval. Deze klassen stemmen overeen met: extra fijn, zeer fijn, fijn, middelfijn en middelgrof. De fracties -7,5 mm en -8,2 mm worden samen de fractie "fijne erwten" genoemd.


  • KLING

    kling2-jpg.jpg

    De kling is het uitwendige geslachtsdeel van een vrouwelijk dier.


  • KORRELIGHEID

    crumbly-fruit-jpg.jpg

    Korreligheid – ook wel eens aangeduid met de Engelse term Crumbly fruit - is de benaming voor vruchtafwijkingen in framboos en braam, waarbij de vruchtzetting niet goed is. Bij de ontwikkeling van de vruchten blijven individuele korrels achter in ontwikkeling of komen helemaal niet tot ontwikkeling. Hierdoor ontstaan vruchten die uit 30 tot 50% minder volgroeide korrels zijn opgebouwd dan normale vruchten van hetzelfde ras. De rijping van individuele korrels kan verschillen en bij het oogsten valt de vrucht vaak uiteen in losse korrels.


  • KWARTIER

    kwartier-jpg.jpg

    Bij de koe is de uier verdeeld in vier delen, kwartieren genoemd. Ieder kwartier heeft een eigen tepel. Deze vier kwartieren functioneren allemaal los van elkaar. Zo kan het ene kwartier besmet zijn met een mastitisbacterie, het andere kwartier kan gewoon gezond zijn. De besmetting van het ene op het andere kwartier gaat altijd buitenom. Dat wil zeggen via het slotgat in de speen. Bij het schaap en de geit bestaat de uier uit twee delen.


  • LEGERING

    Legering.jpg Het strijken/platslaan van bijvoorbeeld graan.
    In granen kan legering tot aanzienlijke opbrengstverliezen leiden. Legering treedt vooral op in zware en dichte gewasbestanden, veelal ontstaan door een ruime stikstofbemesting. De stengelvoet kan zich dan niet volledig ontwikkelen, wat de stevigheid ervan beperkt. Bij zware neerslag en veel wind kan de zwakke stengelvoet gemakkelijk gaan knikken.
  • MELKBEKER

    melkbeker-jpg.jpg

    Melkbekers of tepelbekers zijn onderdeel van een robotmelksysteem.  Met behulp van laserstralen wordt precies bepaald waar de spenen zich bevinden waarna de robotarm een vacuüm zuigende melkbeker op de tepel drukt. Elke melkbeker beschikt over een eigen meter die de zuiging opheft zodra de melkstroom beneden een bepaald niveau komt. De melkbeker valt dan van de tepel en wordt direct teruggetrokken in de robotarm.


  • MUIZENOOR / MUIZENOORTJES

    muizenoortjes-3x-jpg.jpg

    Muizenoor (Hieracium pilosella) is een vaak zeer laag blijvend grijsachtig groen plantje. Het plantje vormt vrij lange uitlopers en de bladloze stengel mondt uit in één heldergeel bloempje. Muizenoor komt voor in vrijwel heel Europa met extra areaal in het Marokkaanse Atlasgebergte en zuidwestelijk Azië. In de Verenigde Staten is het als exoot ingeburgerd en daar zijn ze er niet zo blij mee. Daar staat hij op de zwarte lijst en wordt hij actief bestreden.

    Voor een fruitteler zijn muizenoortjes de besmette (eind)knoppen van scheuten van fruitbomen.  

    En in Chinese gerechten gebruikt men vaak een soort gedroogde Chinese champignons, dun en donkergrijs tot bruinzwart van kleur. De Chinezen noemen deze koeping tikoes, Chinees voor muizenoortjes.


  • ONDERZEEËR

    onderzeeer-jpg.jpg

    Men noemt poters die één of meer nieuwe knolletjes vormen, voordat de plant bovenkomt, onderzeeërs. Onderzeeërvorming komt in het algemeen meer voor naarmate fysiologisch meer versleten pootgoed onder ongunstige omstandigheden wordt gepoot; zoals diep poten in een koude en natte grond. Het pootgoed verslijt sneller als het bij een hogere temperatuur wordt bewaard. In een gewas met onderzeeërs komt meestal een deel van het pootgoed niet op, een deel komt vertraagd en een deel komt normaal op.


  • PIKEREN

    pikeren-jpg.jpg

    Het homoniem pikeren kent maar liefst drie verschillende agrarische betekenissen:

    • Pikeren is het verspenen (verplanten) van jonge zaailingen.
    • Pikeren heeft, net als larderen, tot doel het uitdrogen van vlees- en wildproducten te voorkomen. De techniek van het pikeren wordt toegepast bij wild en vlees. Bij pikeren worden dunne reepjes spek met een pikeernaald door de oppervlakte van het vlees geregen.
    • Pikeren is het verwijderen van 1 cm van de punt van de wortel, om het vormen van een penwortel te voorkomen. 

  • PLOFFERS

    ploffers-jpg.jpg
    • In de intensieve veehouderij verstaat men onder ploffers genetisch geoptimaliseerde kippen (plofkippen) die in 6 weken slachtrijp zijn; Een oorspronkelijker vleeskip doet daar drie keer zo lang over.  
    • In de tuinbouw is ploffers een verschijnsel waarbij dahliaknollen tijdens de stekproductie natrot wegvallen.  De veroorzaker is de bacterie erwinia chrysanthemi, tot voor enkele jaren geleden alleen bekend in dahlia als veroorzaker van de bacterieverwelkingsziekte. Uitgaan van ziektevrij uitgangsmateriaal is de beste manier om van de ziekte af te komen.
    • Sinds een geruim aantal jaren is het verschijnsel ploffers bekend bij anemone blanda. Daarbij rotten de knollen zachtrot weg wat meestal met vreselijke stank gepaard gaat. Een ogenschijnlijk gezonde knol zal bij lichte druk tussen de vingers openploffen waaraan dit verschijnsel zijn naam dankt. De foto toont de knol van anemone blanda die door een aantasting van erwinia zacht wordt  en uiteindelijk zelfs kan ploffen.

  • RUN

    eek-jpg.jpg

    In runmolens, ook wel schors- of eekmolens genaamd, werd gedroogde eikenschors (eek of bark) vermalen tot run. De gemalen schors ging in grote zakken naar de leerlooier, die de run toevoegde aan een vloeistof waarmee de huiden geprepareerd werden. Dit geschiedde destijds in grote houten kuipen in de openlucht. In de dertiger jaren van vorige eeuw nam de vraag naar gemalen eikenschors sterk af. Men ging chemische middelen toepassen bij de leerbereiding.
    Run (of eek genaamd) bleek ook zeer geschikt te zijn voor het zogenoemde tanen van scheeps- en molenzeilen en werd aanvankelijk op grote schaal gebruikt. De zeilen kregen door deze bewerking een roodbruine kleur. De "bruine vloot" is tegenwoordig nog een begrip en herinnert ons aan deze roemrijke periode.


  • SLOTGAT

    slotgat-jpg.jpg

    Slotgat is de uitmonding van het melkkanaal in de tepel bij de koe en andere zoogdieren. In het slotgat zit de kringspier die ervoor zorgt dat de melk in de uier blijft.  
    De uier van een koe is in vier kwartieren verdeeld. Deze vier kwartieren functioneren allemaal los van elkaar. Zo kan het ene kwartier besmet zijn met een mastitisbacterie, het andere kwartier kan gewoon gezond zijn. De besmetting van het ene op het andere kwartier gaat altijd buitenom. Dat wil zeggen via het slotgat in de speen.


  • SPREIDZITTER

    Spreidzitter.jpg

    Spreidzitters (splayleg) zijn biggen waar (meestal) de achterpoten gespreid staan. De biggen zijn niet wendbaar en komen slechter of niet aan biestopname toe. Deze biggen hebben zonder behandeling een kleine kans op overleven. Met een leukoplast kunnen de pootjes van spreidzitters weer onder de big worden gebracht. Meestal is de werkwijze met leukoplast na enkele dagen afdoende.


  • STEEK

    steek-jpg.jpg

    Een aardappelrooier heeft verschillende rooimatten. Direct achter de rooibek zit een korte rooimat waar de volledige aardappelrug op komt. Vervolgens komen de aardappelen op de eerste zeefmat. Die mat maakt een schuddende beweging waardoor de losse grond tussen de spijlen door kan vallen. De afstand van het hart van een spijl tot het hart van de volgende spijl heet de steek van de mat. De steek verschilt per teelt. Zo wordt er bij het rooien van pootaardappelen een kleinere steek gebruikt dan bij consumptie- aardappelen. Ook de grondsoort en de oogstomstandigheden bepalen de grootte van de steek. Zo valt op zwaardere grond en onder minder droge omstandigheden de grond minder snel door de spijlen. Dan is een grotere steek te gebruiken. Doordat spijlen vaak voorzien zijn van aardappelbeschermende bekleding (rubber) is de doorval kleiner dan de steek.


  • STROPDAS

    Stropdas.jpg Appelbloemen kunnen door vorst in de bloeiperiode kapotvriezen. Vaak gebeurt het echter dat de bloemen door de vorst niet helemaal doodgaan, maar beschadigd raken. De beschadiging is te zien in de vorm van verruwing of vorststrepen op de vruchten. De vorststrepen worden in het fruitteeltvakjargon ook wel stropdassen genoemd. Op de foto een Jonagold appel met een dergelijke stropdas.
  • TOCHTIG

    tochtig-jpg.jpg

    Koeien worden na acht tot twaalf maanden geslachtsrijp. Daarna zijn ze iedere drie weken vruchtbaar ('tochtig'). De eisprong vindt aan het eind van deze periode (bronst of oestrus) plaats. Tochtige koeien dragen hun staart zijwaarts, waardoor de kling goed zichtbaar is. De kling is rood en gezwollen en er hangen vaak lange slierten helder, draderig slijm uit. Ze zijn onrustig en beweeglijk, hun oren schieten heen en weer en ze plassen veel.
    Het meest betrouwbare symptoom van tochtigheid is een reflex die een tochtige koe vertoont wanneer zij door een stier of een andere koe besprongen wordt. Ze loopt dan niet weg, maar blijft staan. Deze reflex bij koeien is bekend onder de naam stareflex. De bronst duurt niet langer dan een dag, soms slechts enkele uren. Wie zijn koeien op het juiste moment wil laten dekken, moet dus goed opletten. Wanneer een stier tussen de koeien loopt, is dat gemakkelijker; de stier ziet al voor de bronst dat een koe vruchtbaar wordt. Hij loopt voortdurend achter zo’n koe aan (en omgekeerd) en likt haar kling (schede). Hoogdrachtige koeien reageren vaak identiek op een koe die tochtig moet worden.


  • VERSLEPING

    versleping-jpg.jpg

    In de landbouwsector worden antiparasitaire middelen (ontwormingsmiddelen) en antibiotica vaak toegediend via gemedicineerd diervoeder. Daarbij kan versleping optreden. Dit houdt in, dat restanten gemedicineerd diervoeder met het geneesmiddel in de productielijn achterblijven en terechtkomen in een nieuwe charge niet-gemedicineerd diervoeder. Dieren die dit voer eten en daarmee de bacteriën die ermee in aanraking komen, worden blootgesteld aan lage concentraties van geneesmiddelen in diervoeder en kunnen resistentie ontwikkelen. 


  • WEI

    wei-vloeibaar-jpg.jpg

    Wei is een bijproduct dat ontstaat bij de productie van kaas uit koemelk. Dit vloeibare bijproduct ontstaat door het stremmen van de melk na toevoeging van stremsel. De vaste bestanddelen, de wrongel, blijven over nadat de wei is afgetapt. De vloeistof heeft een geelgroene kleur en smaakt licht zuur.
    In het verleden werd deze wei terug gestuurd naar de boeren als voer voor de varkens. Nadat men op de melkbussen op de fabriek schoon ging maken, wilden de boeren de wei niet meer terug hebben. Vanaf dat moment werd de wei een probleem voor de fabrieken.
    In een aantal landen in Europa zag men al lang geleden in dat er in wei heel wat waardevolle bestanddelen zitten. Deze bedrijven begonnen wei te verwerken. Wei bevat ongeveer de helft van de melksuikers (lactose) (ten opzichte van koemelk) en daarnaast eiwitten, vitaminen en mineralen. Sinds vele Jaren zijn weiderivaten nu een waardevolle grondstof voor verschillende industrieën.


  • ZANDKOPPEN

    zandkop-jpg.jpg

    Als gevolg van Infectieuze Bronchitis (IB) kunnen er afwijkingen aan de eischaal in de vorm van ringen, vouwen, lokale ruwheid of korrels op de eischaal optreden. Doordat het virus zich op meerdere plaatsen in de eileider vermeerdert, ontstaan op die plaatsen ontstekingen. De schaalvorming kan dan niet optimaal verlopen. De korrels zitten meestal op het stompe uiteinde van de eieren en worden door de kenners ook wel zandkoppen genoemd.


Offerte

home_chicken.png

Vertaalkosten worden op woordbasis berekend. Het woordtarief verschilt per taalcombinatie. Facturering geschiedt op basis van het elektronisch getelde aantal woorden in de brontaal (de taal van...

Offerte >>